| NTS BASISWEDSTRIJDEN. Voor de allerjongste turnsters zijn er wedstrijden in de basisklasse. De meisjes in deze klasse zijn of worden tijdens het seizoen acht jaar. De turnsters kunnen aan maximaal vijf wedstrijden deelnemen die allen op zichzelf staan. In de basisklasse kun je deelnemen op drie niveaus van het Nationale Turn Systeem (NTS), te weten niveau 10, 11 en 12, waarbij niveau 10 het hoogste is. De trainer maakt hierin de keuze welk niveau de turnster het beste aan kan. Floor Aldewereld turnt op niveau 11 NTS, een pittig niveau waar Floor goed in presteert. |
| NTS basiswedstrijd 29 januari 2006 - Naarden Floor Aldewereld turnt haar eerste wedstrijd in niveau 11 NTS Floor turnt haar eerste wedstrijd in de basisklasse dichtbij huis. De wedstrijd wordt gehouden in de kleine zaal aan de Meerstraat in Naarden. De avond ervoor heeft ze buikpijn van de zenuwen. En die heeft ze prima onder controle weten te houden. Samen met Junior Coach Michelle Stelling turnt ze een zeer zelfverzekerde keurige wedstrijd. Hieronder doet zij zelf verslag. |
| BASISWEDSTRIJD 29 JANUARI 2006 – NAARDEN Floor vertelt over de wedstrijd: “Eline kwam mijn haar doen. Dat is mijn oppas. Ze ging krullen maken. En daarna ging ze make- up opdoen. En daarna ging ze weg. We gingen naar oma, oma ophalen. We gingen naar de wedstrijd, in Naarden. Ik ging omkleden en opmarcheren. Ik was samen met Michelle. Ze was coach. We gingen inturnen. We gingen hadstanden doen en kattensprong en stukjes uit mijn oefening. We moesten onderdelen doen. Ik begon bij balk. WE moesten dtukjes uit onze oefening doen, om de beurt. Ik ging mijn oefening voor het echt doen. Ik deed de loopsprong, de kattensprong, de attitude. De koprol is heel moeilijk. Ik klemnde mijn voeten vast. Het ging goed. We gingen verder naar de vloer. Ik deed daar stukjes uit mijn oefening. En de heleoefening voor het echt. De oefening ging goed. Alles ging netjes. Na de vloer gingen we naar sprong. We gingen oefenen, de overslag. We moesten de overslag in het echt doen. De eerste overslag was wel goed, maar ook een beetje slordig. De tweede overslag ging niet goed. Ik kwam op mijn billen. Na de sprong gingen we naar de brug. Ik ging de oefening doen. Ik hem ‘m drie keer gedaan. Met het inturnen ging het best wel goed. En in het echt ging het goed. Na de brug gaan we de prijsuitreiking doen. En dan zijn we klaar. En dan naar huis. Volgende keer ga ik brug nog beter doen; het ophurken. Ik vond de wedstrijd vandaag heel cool. Ik wil topturnster worden, maar dan moet ik nog veel oefenen.� Coach Michelle: “ De sprong had ze goer d’r best gedaan. Ze had er nog weinig op geoefenend.� |