WEDSTRIJDSYSTEEM
Start
leeftijdsklasse Seizoen
2008-2009
Geboortejaar
Leeftijd
V & K-turnsters
Divisie
Niveau Oefenstof
Pre-Basis
2002
7 jaar
Tessa, Ilse, Senya
Nog geen
Opbouw
Basis
2001
8 jaar
Danielle
4
12
Instap
2000
9 jaar
Mara, Joey, Iris F.
6, 6, 3
13, 13, 10
Pupil 1
1999
10 jaar
Anoeska, Brigitte
5, 4
11, 10
Pupil 2
1998
11 jaar
Iris M.
6
11
Jeugd
1997, 1996
12, 13 jaar
Sayenne
5
9
Junior
1995, 1994
14, 15 jaar
Lotte, Bo
6, 4
9, 7
Senior
1993 en eerder
16 jaar en ouder
Geen V&K-turnsters
   
WEDSTRIJDEN TURNEN DAMES IN HET NATIONAAL TURNSYSTEEM

Je zou het misschien niet denken, maar toch: Het Nationale Turnsysteem, kortweg NTS, maakt het voor iedereen overzichtelijker op welk niveau een turnster turnt. Sinds
2005 is dit systeem ingevoerd voor de Dames en sinds 2007 geldt het ook voor de heren aangepast aan de specifieke kenmerken van het herenturnen.
In dit artikel lees je hoe het systeem in elkaar zit en op welke niveaus je kunt deelnemen aan wedstrijden.

NTS-divisies
Er zijn verschillende divisies, waarbij de 6e divisie de lijn is voor de turnsters met minder trainingsuren en aanleg. Hoe hoger de divisie is waarin je uitkomt, hoe
moeilijkere elementen je turnt en hoe vaker je meestal ook traint. De hoogste divisie voorafgaand aan de topsportklasse is de 1e divisie.
Daarnaast heb je een talenten- en eredivisie. Dit zijn topsportturnsters die voor de oranjeselecties uitkomen. Talentendivisieturnsters zijn turnsters die verplichte oefenstof
turnen en zijn maximaal 12 jaar. Eredivisieturnsters turnen keuzeoefenstof en zijn ouder dan 12 jaar, zoals de van TV bekende toppers Suzanne Harmes, Loes Linders of
Verona van de Leur. In schema ziet dit verhaal er zo uit:

NTS sinds 2005
6e divisie
5e divisie
4e divisie
3e divisie
2e divisie
1e divisie
Talenten- en eredivisie

Leeftijdsklassen
In elke divisie kun je mee doen in verschillende leeftijdsklassen. De leeftijdsklassen zijn voor alle divisies gelijk. De vermelde leeftijden zijn de leeftijden die je in dat
seizoen zult bereiken.
Voor seizoen 2006-2007 betekent dit het volgende:
NTS niveaus
Het NTS is een systeem waarin 17 niveaus zijn voor alle vier de dames-turnonderdelen, te weten sprong, brug, balk en vloer. Het makkelijkste niveau is niveau 17. Het
moeilijkste niveau is niveau 1. Niveau 1 is echt berenmoeilijk en voorbehouden aan de supertalenten.

Oefenstof uit bijvoorbeeld niveau 11 wordt geturnd door meisjes die in de 5e divisie uitkomen op 10-jarige leeftijd. Turnsters met meer talent die in de 4e divisie turnen,
turnen ook oefenstof uit niveau 11, maar doen dit al op een jaar jongere leeftijd, dus als zij 9 zijn of worden. En turnsters uit de 3e divisie turnen niveau 11 al op 8 jarige
leeftijd. Dus hoe getalenteerder je bent hoe eerder je een hoger niveau oefenstof turnt.

Zo kun je uit bovenstaand schema opmaken dat Iris en Brigitte dezelfde oefenstof turnen. Iris is een jaar jonger dan Brigitte. Brigitte komt uit in de 4e divisie en Iris in de
iets hogere 3e. Iris moet dus al een jaar eerder de oefenstof onder de knie hebben en doet niveau NTS 10. Brigitte turnde namelijk op de leeftijd van Iris de oefenstof
van NTS 11.

Brigitte is even oud als Anoeska maar kan al eerder oefenstof uit een hoger niveau NTS aan. Brigitte turnt een divisies hoger dan Anoeska. Zij turnt de oefenstof van
NTS niveau 10, een niveau NTS hoger dan Anoeska.

In een totaalschema ziet het er als volgt uit:
Voorgeschreven versus keuze-oefenstof
Turnsters die uitkomen in de leeftijdklassen basis, instap, pupil 1 en pupil 2 turnen oefenstof die tot de letter vast omschreven staat in de reglementen. Iedereen turnt precies
dezelfde onderdelen die door specialisten zijn bedacht om te zorgen dat je in de juiste lijn wordt opgeleid in de turnsport. Je turnt onderdelen die onderdeel uitmaken van
profielelementen, waardoor het leren van moeilijkere elementen in de toekomst meer binnen bereik ligt.

In de voorgeschreven oefenstof hoor je dus 100 x hetzelfde muziekje en zie je alle turnsters hetzelfde turnen. Tenminste, de jury ziet duidelijk verschillen. De precieze uitvoering
wordt scherp bekeken. Netheid en juiste techniek maken dat de turnsters zich van elkaar onderscheiden. Want turnen is en blijft een kijksport en daarom is alleen het kunstje
turnen niet voldoende. Het moet er mooi uitzien en het moet technisch correct gebeuren omdat anders het vervolg van je turnloopbaan problemen gaat geven.

Moeilijkheidsgraden turnonderdelen
De onderdelen in de turnsport zijn ingedeeld door de internationale gymnastiek federatie in elementen met verschillende moeilijkheidsgraden. De makkelijkste turnelementen
zijn A2-elementen. Een A2 element is bijvoorbeeld een handstand op de balk die 1 seconde wordt aangehouden. De moeilijkste elementen zijn E-elementen. Hierbij moet je
bijvoorbeeld denken aan een salto met hele schroef op de balk. Erg moeilijk inderdaad, maar zeker niet onmogelijk.

Veel turnelementen hebben ingewikkelde namen. Dat komt omdat deze vernoemd zijn naar de turner of turnster die deze voor het eerst op een internationale wedstrijd turnde. Dit
element wordt bij goede uitvoering opgenomen in de code van de FIG. En zo is het turnen een levende zich continu ontwikkelende sport. Wie weet schrijf jij ook ooit nog een
onderdeel op jouw naam en turnen turnsters in de toekomst de ‘Quant’, de ‘Van den Bor’, de ‘Aldewereld’ of de ‘Stelling’. Je weet het maar nooit. Er zijn al diverse Nederlandse
turn(st)ers die dit gelukt is. Zo heeft Yuri van Gelder, wereldkampioen ringturnen de Van Gelder in het leven geroepen en zich hiermee een beetje onsterfelijk gemaakt. Dit is in de
pers breed uitgemeten, want er was discussie over de waarde die het element moest krijgen.  Yuri en coach vonden dat het toch zeker een super E moest zijn en uiteindelijk werd
het ‘slechts’ als D erkend.

Samenstelling oefeningen
Hoe lager het niveau NTS hoe minder zware eisen er worden gesteld aan de oefeningen. Daarom kom je in niveau 17 eerder A-elementen tegen en maak je meer kans op E-
elementen NTS niveau 1. Per leeftijd zijn er een aantal verplichte basiseisen aan de oefening gesteld.
Een jeugdturnster die in de 3e divisie uitkomt turnt NTS niveau 7. In bovenstaand schema kun je zien dat zij in elke oefening 6 A-elementen moet turnen, waarvan er 3 A2 zijn en 3
A1. Moeilijkere B elementen mag zij turnen om bonuspunten bij elkaar te sprokkelen.
Dus hoe hoger het niveau hoe zwaarder de eisen aan de oefening worden.
Naast de waarde-elementen zijn er ook nog allerlei toestelspecifieke bepalingen. Zo moet je bijvoorbeeld op balk minimaal een acrobatisch element doen. In hogere niveaus kan
het zijn dat je er zelfs minimaal twee moet doen.

SAMENVATTEND
Turnen is een moeilijke sport. Met het NTS is geprobeerd meer lijn en duidelijkheid te brengen zodat iedereen in dezelfde temen praat. Als het goed is snap je nu dat je in
verschillende divisies kunt turnen. Deze divisies geven iets aan over het tempo waarin je leert en je talent. In elk van de divisies worden dezelfde leeftijdsklassen gehanteerd.
Deze lopen van basis tot senior. Afhankelijk van je talent turn je een van de 17 niveaus van het NTS (nationaal turn systeem). Als je niveau 1 turnt turn je moeilijkere elementen
dan in niveau 17.

Hopelijk krijg je na enige duizelingen een beetje meer grip op de materie. Wil je aanvullende informatie? Dan zijn de trainsters bereid een en ander toe te lichten.

Saskia Wallenburg
SEIZOEN 2009-2010
En heb je al het voorgaande eindelijk een beetje gesnapt... wordt het systeem volgend seizoen weer aangepast! Het belangrijkste dat verandert is dat de 17 niveau in elkaar
worden geperst naar 12 niveaus. Hierdoor moet het geheel nog wat overzichtelijker worden. Het wordt in het begin natuurlijk weer wat wennen. Want opeens heet het niveau
waarin je turnt bijvoorbeeld niet meer niveau 10 maar niveau 8. In onderstaand schema zie je hoe het er volgend jaar aan toe gaat. Volgend seizoen krijg je meer
gedetailleerde uitleg over het NTS-systeem anno 2009-2010.